Projectering


Opbouw en werkwijze

In het kader van een grotere bedrijfzekerheid wordt de stroomverzorging van een installatie afgenomen van de drie fasen en de nulleider.

Bovendien is deze zo gedimensioneerd, dat de schakelaar bij een spanningsverlaging tot 70% (bijv. tussen de fase en de nulleider) nog zeker uitschakelt.

Daardoor is de uitschakeling bij gelijke gelijkstroomfouten verzekerd, zolang dergelijke foutstromen, ook bij storingen in het elektrisch net, kunnen optreden, bijv. bij N-leiderbreuk.

Zelfs in het hoogst onwaarschijnlijke geval, dat twee fasen en de nulleider uitgevallen zijn en de nog intacte fase brandgevaar door aardlek veroorzaakt, dan nog neemt het pulsstroomgevoelige schakeldeel met zijn netspanningsonafhankelijke uitschakeling, het afschakelen betrouwbaar over.

Ontwerp

Bij ontwerp en opbouwen van elektrische installaties moet rekening gehouden worden, dat elektrische verbruikers, die in geval van defect egale gelijkstroomfouten kunnen voortbrengen, een eigen stroomkring met verliesstroomsschakelaars type B worden toegekend.

Het aftakken van stroomkringen met dergelijke elektrische verbruikers aardlekschakelaars is niet toegestaan. Verbruikers, die in geval van defect een bron van egale gelijkstroomfouten kunnen zijn, zullen de pulsstroomgevoelige aardlekschakelaars in hun uitschakelen benadelen.

De uitschakelvoorwaarden volgens DIN VDE 0664 gelden ook voor de verliesstroomschakelaars type B.

Voor de uitschakeling bij egale gelijkstroomfouten worden zij overeenkomend de stroomverdraagzaamheidscurven volgens IEC 479 op deze wijze verbreed, dat afschakelen bij een uitschakelstroom van 0,50 tot 2 x In moet gebeuren.

Aardlekschakelaars type B worden met het teken voorzien.

Voor deze nieuwe beveiliging wordt door het VDE een controlemerk van de VDE-register-Nr. 5342 verleend.



Selectieve uitschakeling

Aardlekschakelaars hebben normaal een onvertraagde uitschakeling.

Dat wil zeggen, dat een serieschakeling van dergelijke aardlekschakelaars met als doel de selectieve afschakeling in geval van defect, niet functioneert.

Om bij een serieschakeling van aardlekschakelaars selectiviteit te bereiken, moeten de in serie geschakelde componenten zowel in de uitschakeltijd als ook in de nominale foutstroom een onderverdeling vertonen.

Selectieve verliesstroomschakelaars hebben een tijdelijke uitschakelvertraging.

Bovendien moeten selectieve aardlekschakelaars volgens DIN VDE 0664 een verhoogde stroomstootbestendigheid van minstens 3kA vertonen. Siemens componenten hebben een stroomstootbestendigheid van = 5kA.

Selectieve aardlekschakelaars zijn voorzien met het kenteken S

De tabel geeft de mogelijke onderverdeling weer van foutstroom-zekeringen voor selectief uitschakelen in serieschakelingen van apparaten zonder vertraging.


Vertraagde afschakeling

Bij elektrische verbruikers, die bij het inschakelen, gedurende korte tijd een grote lekstroom veroorzaken (bijv. ontstoringskondensatoren tussen fasen en PE afvloeiend, doorvoer foutstromen), kan het, bij onvertraagde aardlekschakelaars, tot ongewenst uitschakelen komen, als de lekstroom de nominale foutstroom In van de aardlekschakelaar overtreft.

Voor deze toepassingen, bij dewelke het uitsluiten van deze storingen niet of slechts gedeeltelijk mogelijk is, kunnen kortvertraagde aardlekschakelaars worden gebruikt.

Deze componenten hebben een minimale uitschakeltijd van 10 ms, dwz ze mogen bij een foutstroomimpuls gedurende 10ms, niet uitschakelen.

Daarbij worden de uitschakelvoorwaarden volgens DIN VDE 0664 deel 1 gevolgd. De componenten hebben, boven op de eisen van de EIN VDE 0664 norm, een stroomstootbestendigheid van 3kA.

Kortvertraagde aarlekschakelaars krijgen het kenteken K.

Programmaoverzicht