Werking van de beveiliging


brandbeveiliging

DIN VDE 0100 deel 720 eist voor "brandgevoelige bedrijfplaatsen" maatregelen voor het voorkomen van branden, die door isolatiefouten ontstaan, men maakt onderscheid tussen:

  • Brandbeveiliging bij kortsluiting

  • Brandbeveiliging bij aardlek

  • Afstandsbeveiliging (enkel voor kabelresp. Leidingsbedrading).

De brandbeveiliging bij kortsluiting wordt door overstroom beveiligingscomponenten en de brandbeveiliging bij aardlek door aardlekschakelaars, gewaarborgd. Daarbij wordt geeist dat enkel aardlekschakelaars met een nominale foutstroom van max. 0,5 A gebruikt worden. Deze bovengrens wordt echter niet altijd gehaald, de optimale beveiliging wordt bereikt met componenten van maximaal 0,3 A.

Deze extra beveiliging door aardlekschakelaars, zou niet beperkt moeten blijven tot brandgevoelige bedrijfsplaatsen, maar meer algemeen gebruikt moeten worden.

Constructie en werkingsprincipe

De aardlekschakelaars kunnen in 3 delen opsgesplitst worden:

  1. Stroomtransformator voor foutstroom detectie

  2. Uitschakelelement om de elektrische energie in mechanische energie om te zetten

  3. Sluitingsmechanisme voor de contracten


De stroomtransformator houdt rekening met alle actieve geleiders, ook de nulleider.

In een foutloze installatie heffen de stromen in de transformator elkaar op, immers volgens de wet van Kirchhoff moet de som van alle stromen gelijk aan nul zijn. Er is dus geen resulterend magnetisch veld, dat in de spoel een spanning zou kunnen induceren. Indien er wel een foutstroom zou zijn, wordt het evenwicht verbroken en een resulterend magnetisch veld in de kern creëert een spanning in de spoel. Deze onderbreekt het hierboven genoemde circuit door middel van het uitschakelmechanisme van de schakelaar. Om deze wijze wordt de contactspaning beperkt. De uitschakeltijd dient kleiner te zijn den 0,2 s volgens DIN VDE 0664.

Een volledige beveiliging betekent ook dat de uitschakeling onafhankelijk van de netspanning dient te gebeuren.

Dit is de enige mogelijkheid opdat de beveiligingsfunctie integraal door de aardlekschakelaar wordt gewaarborgd in het geval van storingen op het net, bijv. een onderbroken N.

Testknop

De goede werking van de aardlekschakelaar kan getest worden door middel van de testknop. Hierdoor wordt kunstmatig een foutstroom gecreëerd, de schakelaar moet uitschakelen. Het is aan te bevelen deze test uit te voeren bij de inbedrijfname van de installatie. Een periodieke test, bijv. iedere maand, is eveneens aan te raden.

Verder moet rekening gehouden worden met de bepalingen en normen (bijv. voorschriften ter voorkomen van ongevallen) in verband met testperiodes.

De gemiddelde bedrijfsspanning voor het functioneren van een testinrichting bedraagt AC 100 V (Bouwserie 5SM).

3polige aansluiting

4polige aardlekschakelaars kunnen ook in 3polige netten gebruikt en aangesloten worden. De functie van de testinrichting is enkel gewaarborgd, als er een brug geplaatst wordt tussen de klemmen 3 en N.

Programmaoverzicht